De ontmoeting met Olivier Foucou was er één die kon tellen.
Snel bleek dat zijn geheim om excellente wijnen te maken er eigenlijk geen is. Geen bio, geen uitzonderlijke of gecompliceerde bewerkingen in wijngaard of kelder, geen revolutionaire materialen of technieken, maar wel principes zonder compromissen.
In Les Borrel (Hyères) teelt de familie Foucou al perziken en abrikozen sinds de Franse revolutie. Wijnstokken houden van dezelfde terroir, zodat het logisch is dat men ook druiven ging telen. Albert Foucou, vader van Olivier, kwam op 13 jarige leeftijd reeds aan het bewind van het boerendomein door het overlijden van zijn vader.
Hij bewerkte de perziken en oogstte de druiven, die op het domein gevinifieerd en in bulk verkocht werden. In 1980 kreeg hij voor zijn druiven een goede klant onder de vorm van de plaatselijke coöperatieve.
Bij de familie Foucou staat ‘leren leven van en met de natuur’ in grote letters geschreven. Olivier studeerde af als mecanicien, maar na zijn studies in 1995 was de roep van ‘le borrel’ te sterk en hij besloot zich volledig op de landbouw te concentreren.
Hij cultiveerde samen met zijn vader perziken, kweeperen, abrikozen maar met de belofte in de toekomst ook zelf wijn gaan te maken. Wijn in flessen, dat had men bij de familie nog nooit gezien. ‘La maman’ was eerder sceptisch, maar ze was heel fier toen ze het eerste etiket zag met het naar haar man ‘Albert’ genoemde domein. 'Domaine Saint Albert' was geboren. Met haar beide voeten op de grond verklaarde ze dat dit toch wel iets heel anders was dan gewoon ‘boeren’. Positieve geluiden van tevreden klanten die van verder en verder kwamen, stelden haar gerust. Ook enkele gerenommeerde restaurants uit de omgeving werden trouwe klanten.
Olivier veranderde dus het geweer van schouder sinds 1999. Vooral de rendementen, die voor de witte wijn niet meer dan 30 hl/ha en voor de rode 35 hl/ha (niet meer dan 12 trossen per stok) bedragen, bewijzen het streven naar kwaliteit. De wijngaarden liggen op een lichte helling die volledig zuid-west georiënteerd is. Het klimaat is mediterraan met warme, droge zomers en een zachte winter. Door zijn open ligging staat er steeds een lichte bries. Het is een eigenaardig verschijnsel maar meeldauw en oïdium komen hier zelden of nooit voor. Op die manier is sproeien dan ook zelden nodig. De aanplant bevat vooral rode druivensoorten met als belangrijkste Mourvèdre, Tibourin, Carignan. Grenache en Syrah (geselecteerd van stokken uit de Côte Rôtie) vervolledigen het gamma. In wit is het overheersende gedeelte Clairette Vert (betere versie van de gewone Clairette) met een beetje Ugni Blanc. Olivier is vooral fier op de druivensoorten Timbouren, Mourvèdre, Carignan en Clairette die hier sinds mensenheugenis thuishoren. Momenteel bedraagt de totale oppervlakte 14 ha.
Ook in de wijngaarden zijn er geen geheimen. Geen speciale snoeiwijze, maar gewoon de traditionele Gobletstijl. Om het onkruid te bestrijden, wordt er net als vroeger gewoon geploegd en zeker niet gespoten. Belangrijk is wel dat alles met de hand gedaan wordt. Iedere stok wordt afzonderlijk bewerkt. Men zegt dat een goede wijnboer goede handen moet hebben, maar volgens Olivier moet hij minstens over even sterke benen beschikken om telkens weer de rondgang in de wijnbergen aan te kunnen. Met deze arbeidsintensieve manier heb je meer contact met de wijngaard en iedere wijnstok, vertelt hij. Ook de oogst gebeurt volledig met de hand, in kleine mandjes.
Alle soorten worden samen geoogst en samen vergist. Hier neemt Olivier een bewust risico. Zo kan hij niets meer bijstellen, maar zijn directe assemblage zal ook steeds het jaar etaleren. Op die manier kunnen zijn wijnen van jaar tot jaar sterk verschillen. In slechte jaren gebeuren er dan ook geen kunstgrepen. Het karakter van het jaar is hem heilig. We hebben trouwens zelf al dikwijls gezegd dat een goede wijnmaker in een slecht jaar ook nog steeds een goede wijn kan maken. In de kelder staat nog een oude traditionele pers, zoals men vandaag in Champagne nog gebruikt. Hij blijft zweren bij dit systeem, omdat hij zodoende alles meer onder controle heeft. Na de persing worden de witte druiven zonder maceratie dadelijk vergist. Clairette en Ugni blanc krijgen door te lange schilmaceratie vegetale toetsen. De rode druiven krijgen daarentegen een lange maceratie, waarna de gisting in inoxvaten traag verder gaat. De gisting gebeurt deels met autochtone gistcellen en deels met geselecteerde gisten. De weerspiegeling van de terroir is hem eveneens heilig. Van hout moet Olivier niets weten. Geen enkele wijn krijgt houtlagering en dat zal ook zo blijven. Hij gelooft (net als wij) dat de toekomstige wijnen meer en meer houtloos zullen worden. Geen enkele wijn wordt gefilterd of wat had je verwacht.
Momenteel maakt men vijf A.O.C. Provence wijnen. 1 witte waarvan slechts 3600 flessen beschikbaar zijn, deze wijn is voor de oogst 2003 al gereserveerd met als gevolg dat we hem niet in ons assortiment kunnen opnemen. We zullen proberen wat van de 2004 te bestellen (komt in 2005 pas op de markt). Tevens zijn er 2 rosés en 2 rode wijnen.
Het is zoals we in het begin al schreven, er zijn geen geheimen: alles blijft natuur bij de familie Foucou.